Angst is van nature een goede emotie: het beschermt ons in situaties waar we gevaar lopen. Het zorgt dat we bijv. vluchten als er brand is of als je voelt dat een situatie niet veilig is. Wanneer je angstig bent terwijl er geen werkelijk gevaar dreigt en deze angst je leven gaat beheersen: dan spreken we van een angststoornis. Angststoornissen komen vaak en in verschillende vormen voor onder jongeren.

Inhoud

Hoe vaak komen angststoornissen voor bij jongeren?

angststoornis1Angststoornissen komen best vaak voor. Ruim 10 procent van de Nederlandse jongeren van 13 - 17  jaar krijgt te maken met een angststoornis. In de leeftijdsgroep van 18 - 25 jaar is dit percentage nog iets hoger (bron: NJi). Een angststoornis komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. De meest voorkomende angststoornissen zijn de sociale angstfobie en de specifieke angstfobie (daarover lees je verderop meer). Cijfers van het voorkomen van verschillende soorten angst onder jongeren zie je hiernaast in de tabel van het Nederlands Jeugdinstituut. Uitleg over de verschillende soorten angst vind je verderop.

Hoe herken je een angststoornis?

Soms is het moeilijk om angst te herkennen. Het kan zijn dat je soms alleen lichamelijke klachten hebt zoals buikpijn of een versnelde hartslag. Of andere vage klachten zoals slecht slapen, concentratieproblemen, somberheid, etc. Niet iedereen herkent een angststoornis meteen aan het daadwerkelijk ‘bang’ zijn. Vaak voorkomende symptomen van een angststoornis zijn: hartkloppingen, droge mond, prikkelbaarheid, rusteloosheid, slaap- en concentratieproblemen, een beklemmend gevoel, gespannen spieren, etc. Bij paniekaanvallen treden vaak nog heftiger symptomen op zoals zweten, trillen/beven, hyperventilatie of zelfs het gevoel dat je dood gaat.
Kortom, een angststoornis is heel naar.

Soorten angst

Angst komt in veel verschillende vormen voor. Zo valt dwang hier bijvoorbeeld ook onder. Hieronder staat een aantal veel voorkomende angststoornissen kort uitgelegd. Misschien herken je daarvan wel de vorm die jij of iemand in je omgeving heeft.

Gegeneraliseerde angststoornis

Dit is een soort algemene angststoornis. Simpel gezegd is iemand dan in het algemeen snel en langdurig angstig of overbezorgd over gewone gebeurtenissen of activiteiten. Mensen met deze stoornis zijn echte piekeraars en zijn vaak overbezorgd.

Sociale fobie

Bij deze angst ben je bang om door anderen afgewezen te worden of te worden veroordeeld door leeftijdsgenoten. Je bent heel bang dat mensen je niet aardig vinden en wordt daar heel erg onzeker van. Sociale angst gaat verder dan ‘normale onzekerheid’. Mensen die dit hebben komen heel erg verlegen over, trillen, blozen of klappen dicht in sociale situaties. Ze proberen deze situaties vaak te vermijden. Ook is het leggen van contact met leeftijdgenoten of andere mensen heel moeilijk.

Separatie angst

Kinderen met een separatieangststoornis zijn bang om mensen kwijt te raken of om niet meer bij hun ouders/verzorgers te kunnen zijn. Ze zijn bang dat hun ouders iets ergs gaat overkomen. Daarom vermijden ze vaak situaties waarbij ze van hun ouders worden gescheiden, zoals school, logeerpartijtjes en schoolkampen.

Agorafobie

Dit wordt ook wel pleinvrees of straatvrees genoemd. Hierbij kan gedacht worden aan angst voor (openbaar) vervoer, openbare plekken, in een rij staan of alleen zijn buitenshuis. Deze situaties worden door het kind bewust vermeden en komt vaker voor in combinatie met een paniekstoornis.

Specifieke fobie

Bij een specifieke fobie heb je last van extreme angst voor één bepaalde situatie, dier of ding. Deze gaat het kind dan vermijden. Voorbeelden hiervan zijn: hoogtevrees, vliegangst, angst voor spinnen, angst voor kleine ruimtes (claustrofobie).

Dwang (OCS)

Kinderen met een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) zijn bang dat er iets ergs gebeurt als zij bepaalde dingen niet doen. Zij moeten bijvoorbeeld van zichzelf vijf keer het licht aan en uit doen, omdat ze denken dat er anders iets ergs zal gebeuren. Andere voorbeelden van dwangbehandelingen zijn veelvuldig tellen, haren uittrekken, verzameldrang, voorwerpen rangschikken en handen wassen.

Paniekstoornis

Bij een paniekstoornis heb je regelmatig paniekaanvallen zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Die aanvallen bestaan bijvoorbeeld uit een versnelde hartslag, zweten, duizeligheid, flauwvallen, misselijkheid en soms zelfs doodsangst. Deze aanvallen zijn vaak zo heftig dat er een angst voor de aanvallen bijkomt. Vaak ontstaat daarbij ook een specifieke angst voor drukke situaties, de zogenaamde agorafobie of pleinvrees.

Bovenstaande opsomming is niet volledig er zijn nog meer soorten angst zoals hypochondrie (ziekte-vrees), post-traumatische stressstoornis/PTTS (angst na heftige gebeurtenis).

Heb ik een angststoornis?

Hoewel je zelf waarschijnlijk goed aanvoelt of je last hebt van een 'gewone' angst' of dat er sprake is van een angststoornis hebben we toch een aantal testjes voor je gevonden die je zelf kunt doen en die een indicatie geven. Deze tests geven geen uitsluitsel of diagnose. Dus twijfel je, bespreek het met je ouders en/of huisarts.

Wat te doen?

Een angststoornis vaak grote impact op je dagelijks leven. Het kan je leven gaan beheersen en normale activiteiten onmogelijk maken. Het gaat op die manier ten koste van je sociale ontwikkeling, je schoolresultaten en kan leiden tot somberheid of depressiviteit.
Ook blijkt uit onderzoek dat jeugdigen met een angststoornis tot viermaal zo veel kans hebben om op volwassen leeftijd ook aan een zo’n stoornis te lijden. Verder is het goed te weten dat een angststoornis meestal niet vanzelf weggaat. Belangrijk dus om hulp te zoeken voordat het je leven nog verder verpest.
In deze animatie van Parnassia wordt uitleg gegeven over angsten, de impact ervan op je leven maar ook wat je er aan kunt doen.

Therapie

De meest gebruikte en effectieve therapie bij angststoornissen is Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Dit is een kortdurende therapievorm gericht op het nu en de toekomst. Het gaat er van uit dat gedachten bepalen hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. Met CGT bij angststoornissen wordt ingegrepen op het samenspel tussen gedachten, gedrag en leerprocessen, en lichamelijke reacties. Dit gebeurt door het vervangen van negatieve niet-helpende gedachten door gedachten die wel helpen, oefenen met en blootgesteld worden aan moeilijke situaties, en ontspanningsoefeningen. Wil je hier meer over weten, in dit filmpje leggen ze uit hoe het werkt.

In de meeste gevallen werkt CGT, bij een bepaald percentage mensen niet. Dan kan met behulp van andere therapievormen en medicatie alsnog goed resultaat worden bereikt.

Wat kun je zelf doen?

Zelfhulpboeken zoals Denken + Doen = Durven van Susan M. Bogels of een cursus op internet kunnen de angstklachten verminderen of helpen oplossen. Patiëntenorganisaties verschaffen informatie en de mogelijkheid tot lotgenotencontact. Denk je dat je een angststoornis hebt dan raden we je aan om hierover met je ouders te praten en je huisarts. 

Hulp nodig?

zoekhulpverlener

Als je hulp nodig hebt dan kun je bij ons een hulpverlener uitkiezen. Wij werken met zzp-ers en andere kleinschalige zorgaanbieders. Bij ons kun je kiezen voor de persoon die de hulp gaat leveren, niet voor een organisatie, omdat wij de klik als een belangrijke succesfactor zien. Wij hebben verschillende hulpverleners met kennis en ervaring van angststoornissen bij jongeren en die bijvoorbeeld Cognitieve Gedragstherapie (CGT) bieden. Je kunt ze filteren op bijvoorbeeld 'angst' bovenaan op de zoekpagina. Wij hebben altijd beschikbare hulpverleners die direct kunnen starten. Een voorwaarde is wel dat je in het bezit bent van een verwijzing van de gemeente of huisarts.

Voor ouders

Als je merkt je merkt dat jouw kind angstsignalen vertoont is het verstandig direct in te grijpen om verergering van de klachten te voorkomen. Een angststoornis heeft vaak negatieve gevolgen voor de sociale ontwikkeling van een kind (o.m. door vermijding), leidt tot concentratieproblemen en slechtere schoolprestaties en het verhoogt het risico op een angststoornis op latere leeftijd. Belangrijk dus om actie te ondernemen. Bespreek het samen met uw kind met de huisarts. Zij kan adviseren welke type hulp nodig is. In de meeste gevallen zal dit gaan om behandeling door een psycholoog of orthopedagoog. Wilt u zelf zo’n hulpverlener kiezen? Op onze website kunt u kiezen uit een aantal beschikbare behandelaren.

Filmpje met 5 tips bij een paniekaanval
Filmpje over de vicieuze angstcirkel
Filmpje van angst naar vertrouwen
Stop je angst.nl: website voor jongeren met angststoornis van Stichting ADF
Bibbers.nl: website voor kinderen met angsstoornis van ADF
Brainwiki over angst
NOS3: Zo voelt een paniekaanval